Vervolg De Maaswerken

1

Uitleg van de werking van het retentiegebied Lateraalkanaal West
(noordzijde)

Deze week een uitleg over de plannen van De Maaswerken voor Horn en Buggenum zoals deze thans ter inspraak liggen want velen hebben de klok wel horen luiden maar weten langzamerhand niet meer waar de klepel hangt.
Dat is niet zo verwonderlijk want er zijn al veel verschillende plannen geweest en het eind is zeker nog niet in zicht.
De onderstaande informatie is door De Maaswerken gecontroleerd op juistheid.

ALGEMEEN.

Als de Maas in korte tijd bovenstrooms (Frankrijk, België en Limburg tot Horn) een grote hoeveelheid water aangevoerd krijgt via riolen, grondwater, zijrivieren enz. dan zal deze hoeveelheid als een hoogwatergolf de rivier afzakken op weg naar de zee.
"Hoogwatergolf" is een technische term en u moet dit niet zien zoals een golf in de branding doch als een plaatselijke verhoging van het waterniveau.
Afhankelijk van de aangevoerde hoeveelheid water heeft deze golf een bepaalde hoogte en ook een bepaalde lengte (b.v. 25 KM).
De Maas is voornamelijk een regenrivier dus de hoogte en lengte van deze golf hangt vooral af van de regenval in een bepaalde periode.

Wij zien elke winter dat de Maas perioden van hoge waterstand heeft doch een enkele keer is de hoogwatergolf zo hoog dat de dijken te laag blijken te zijn en is er overstroming. (zoals in 1926,1993 en 1995).
Het laagste stuk van de bestaande dijk langs het lateraalkanaal heeft op dit moment een hoogte van slechts 17,30m +NAP waardoor er gemiddeld ongeveer jaarlijks water instroomt
De kans dat deze instroom tot echte problemen aanleiding geeft is een kans van 1 op 20 tot 1 op 50 per jaar.

DE NIEUWE BESCHERMING.

Langs het Lateraalkanaal wordt de bestaande dijk verhoogd tot een hoogte van 21,55 meter boven Nieuw Amsterdams Peil. (N.A.P.)
Deze hoogte is berekend om bescherming te bieden tegen een hoogwatergolf van 21,05 meter boven N.A.P. waarop jaarlijks een kans is van 1 op 250.
Een dergelijke hoge waterstand kan over 250 jaar zijn maar het kan ook volgend jaar of zelfs volgende maand al zijn.
Deze dijk langs het kanaal is dus de toekomstige hoogwaterbeveiliging van Horn en Buggenum.

WAT IS DAN HET RETENTIEGEBIED?

Om overal langs de Maas zo'n goede bescherming te bereiken zijn door "De Maaswerken" langs en in de Maas over een zeer groot traject, van Eijsden tot voorbij Nijmegen tientallen verschillende maatregelen gepland.
Deze maatregelen zijn o.a. het verbreden van de Maas, het verdiepen van de Maas, extra geulen langs de Maas, het wegwerken van versmallingen en te korte bochten, het vrijmaken van uiterwaarden en het aanbrengen of verhogen van dijken zoals bij ons langs het kanaal dus.

Al deze maatregelen tezamen moeten tot het gewenste eindresultaat leiden.
Welke maatregel op welke plaats wordt toegepast hangt af van de plaatselijke situatie, zoals bodemgesteldheid, bebouwing, ligging t.o.v. de Maas, enz Omdat alle constructies en dijkhoogten langs de Maas gebaseerd moeten zijn op de hoogte van die zeldzame extra hoge watergolf, is het zeer interessant voor de dijkenbouwers als zij de top van die golf even ergens voor een weekje kunnen aftappen en parkeren.
Er gaat dan een, b.v. 20 cm lagere golf verder de Maas af.
Dit verlagende effect blijft over het gehele verdere stroomafwaartse traject merkbaar hoewel steeds minder.
Men kan hierdoor langs en in de Maas vanaf deze "golftop-parkeerplaats" voor hetzelfde beveiligingsniveau met minder maatregelen en lagere dijken over een zeer lang traject volstaan.
Dus vele kosten worden dan bespaard. Als het niveau in de Maas weer een stuk gezakt is, laat men het water weer uit de "parkeerplaats" terug in de Maas stromen.

Zo'n parkeerplaats noemt men een retentiegebied.
Het beste zou dus zijn als een dergelijke golftop-parkeerplaats gemaakt wordt direct waar de Maas het land binnen komt (Eijsden) maar men heeft hiervoor een gebied nodig waar niet te veel bebouwing is en waar voldoende water kan worden opgeslagen.
Voor deze "golftop-parkeerplaats" is het gebied tussen het Lateraalkanaal en de Broekweg in Buggenum en de Kemp en het kasteel in Horn, uitgekozen.
Om dit gebied heen is men van plan een ringdijk te maken welke aansluit tegen de dijk langs het kanaal en ook met dezelfde hoogte als de kanaaldijk, t.w. 21,55 meter boven N.A.P.
Het effect van het tijdelijk opslaan van al dat water in deze "golftop-parkeerplaats" is voornamelijk ten gunste van het waterpeil stroomafwaarts dus in Swalmen, Reuver, Belfeld, Venlo enz.
Ook een klein stukje stroomopwaarts heeft het effect, bij Roermond wordt het waterpeil ook iets lager, zo'n 14 cm

. Tegelijk met het maken van de ringdijk wordt in de dijk langs het kanaal een instroomopening gemaakt waardoor het water vanuit de Maas in het retentiegebied kan stromen.
De instroomopening is een stuk van de kanaaldijk die over 300 meter 80 cm lager wordt gemaakt. De bovenkant van deze inlaatdrempel komt op een peil van 20,75 meter boven N.A.P.
De kans dat het water precies tot aan de rand van deze verlaging komt, dus 20,75 boven N.A.P. is berekend op een kans van 1 op 110 per jaar.
Om te laten zien wat er in het gebied gebeurd bij verschillende waterstanden is in onderstaande tabel de laagste straathoogten, boven N.A.P. van de omliggende straten aangegeven:

Kemp 33Hornstraathoogte18,89
Broekweg 8Haelenstraathoogte18,91
Kemp 31Hornstraathoogte19,02
Broekweg 14Haelenstraathoogte19,08
Broekstraat 27Hornstraathoogte19,22
Beurik 6Hornstraathoogte19,69
Beurik 6a Hornstraathoogte19,71

Stel dat het niveau van de hoogwatergolf 20 cm hoger dan de drempel is, dus 20,95 boven N.A.P. dan begint, als de golf langs stroomt, het water dus over de inlaatdrempel het retentiebebied in te stromen.
Als de golf de drempel gepasseerd is, stopt het instromen weer. In deze periode heeft het retentiegebied niet de tijd gehad om zich geheel te vullen en zal de waterstand in het retentiegebied een hoogte bereiken van 20.00 meter boven N.A.P.
Dit is 111 cm hoger dan de laagst gelegen straat en de berekende kans hierop is 1 op 190 per jaar.
Bij dit beschermingsniveau wordt een zeer gering aantal woningen bedreigt en zou een plaatselijk dijkje of borstwering van bv.120 cm hoog op de laagst gelegen plekken voldoende bescherming bieden.

Als de hoogwatergolf niet 20 doch 30 cm hoger is dan de inlaatdrempel, dus 21.05 boven N.A.P. dan spreken wij over een 1 op 250 situatie, de kans op deze waterhoogte is jaarlijks 1 op 250. In deze situatie stroomt er zoveel en zo lang water over de inlaatdrempel dat de waterstand in het retentiegebied vrijwel even hoog komt als in de Maas (NAP +21,05). Dit is 216 cm hoger dan de laagst gelegen straat en dan worden zoveel woningen bedreigt dat plaatselijke oplossingen niet volstaan en is rond het gehele bekken een dijk nodig van dezelfde hoogte als langs het lateraalkanaal. (21.55 boven N.A.P.)
Voor de goede orde: deze waterstandhoogte heeft zich tot nu toe nog nooit voorgedaan.

Als het niveau in de Maas weer voldoende gezakt is, laat men het water, via uitlaatkleppen, weer terug in de Maas stromen.
In deze situatie zou het kleiner worden van het retentiegebied door het eventueel verplaatsen van de ringdijk naar achteren, waar momenteel op aangedrongen wordt, het "aftopeffect" stroomafwaarts vanaf Horn nadelig kunnen beinvloeden doordat de waterinhoud van het gebied kleiner wordt.
Voor de veiligheid in Horn en Buggenum maakt dit echter geen enkel verschil. Er wordt bij de Maaswerken nog volop gerekend om tot die keuze te komen waarbij veiligheid en natuurbehoud hand in hand kunnen gaan.

Bron: Leudal Nieuws, 11-06-2001

terug naar index artikelen