Krantenartikel De Limburger 17-10-2001
Bodemsanering Maascentrale onvoldoende
DEN HAAG
De plannen voor de bodemsanering van de verontreinigde grond
van de voormalige Maascentrale zijn onvoldoende en worden niet
snel genoeg uitgevoerd.
Dat heeft de Stichting tot Behoud Leefmilie Buggenum gisteren bij
de Raad van State in Den Haag gesteld bij de behandeling van
drie verschillende procedures rond dit onderwerp.
Ook de stichting Studiegroep Leudal heeft bezwaren tegen de
voorgestelde aanpak.
De gemeente Haelen heeft de bezwaren ingetrokken, nadat was
gebleken dat industriebank REO bereid is een uitgebreidere
variant van bodemsanering uit te voeren.
De Buggenumse stichting heeft al in 1999 aan de provincie
gevraagd op te treden tegen de voormalige eigenaar van het
Maascentraleterrein EPZ, de Electriciteit Productiemaatschappij
Zuid-Nederland.
De stichting vindt dat de provincie de EPZ moet verplichten de
verontreiniging snel aan te pakken en op een zorgvuldige manier.
Om dit te stimuleren zou de provincie een dwangsom moeten opleggen.
De provincie weigert dit, omdat de vervuiling van voor 1987 is en
volgens de wet is dan niet het bedrijf verantwoordelijk.
Omdat de provincie dit besluit niet snel genoeg heeft genomen, heeft
de stichting nog een bezwaar ingediend: het niet snel nemen van
een besluit wordt gelijkgesteld aan het weigeren van een besluit.
De derde zaak gaat over de aanpak van de verontreiniging, de
onderzoeken daaromtrent en de in eerste instantie gekozen
IBC-variant (isoleren, beheren en controleren).
Bij de IBC-plusvariant worden de minerale olieachtige stoffen extra
aangepakt.
Dat is de aanpak die REO nu wil uitvoeren en is ook hetgeen de
gemeente Haelen graag wil. De stichtingen vinden dat de vervuiling
zo groot is dat gekozen moet worden voor een hele grondige aanpak,
waardoor de bodem weer voor alle soorten
gebruik geschikt is. De provincie zegt dat er op het terrein van de
Maascentrale een bedrijventerrein komt en dat de gekozen variant
daarvoor voldoende is.
De provincie wil ook voor de IBC-plus-variant toestemming geven.
Al moet dan wel weer een nieuwe vergunning worden afgegeven
en moet er extra geld beschikbaar komen, want deze variant is
enkele miljoenen duurder.
De aanpak die nu gekozen is, kost ruim dertien miljoen gulden.
De extra uitgebreide aanpak die de stichtingen willen, kost 75
miljoen.
De uitvoering van de sanering zal gebeuren onder
verantwoordelijkheid van REO.
Volgens advocaat Van Rooy van de stichting tot Behoud
Leefmilieu hebben de provincie en de gemeente financiele
belangen in de REO.
"Dus", zegt hij, "heeft de provincie belang bij een zo goedkoop
mogelijke oplossing".
Op een vraag van de staatsraad hierover zei de provincie dat
ieder plan op zich beoordeeld wordt zonder rekening te houden
met andere belangen.
Volgens Van Rooy kan de provincie niet weten of de vervuiling
van voor 1987 is, omdat er geen bodemonderzoeken van1987 zijn.
De provincie bestrijdt dat omdat het bedrijf hier al sinds 1954 heeft
gezeten en er toen heel anders met vergunningen werd omgegaan
dan in de jaren tachtig.
Van Rooy liet weten van oud-werknemers van de EPZ te hebben
gehoord dat er ook asbest op het terrein aanwezig moet zijn.
Maar volgens de provincie tonen onderzoeken deze vervuiling
niet aan. De provincie houdt het op geruchten.
Uitspraak in deze zaken volgt over twee maanden.
|